MEUBELWOORDENBOEK
MEUBELWOORDENBOEK
Begrijp wat u leest vóór u kiest
Een praktische uitleg van veelgebruikte meubeltermen over afmetingen, constructie, materialen, montage, opslag en levering.
01
Afmetingen en ruimte
Breedte — de horizontale maat van links naar rechts wanneer u recht voor het meubel staat.
Diepte — de maat van voor naar achter. Vooral belangrijk bij kasten, bureaus en tafels in smalle ruimtes.
Hoogte — de verticale maat van vloer tot bovenkant van het meubel.
Zithoogte — de afstand tussen de vloer en het zitvlak van een stoel, fauteuil of bank.
Zitdiepte — de bruikbare afstand van de voorkant van de zitting tot de rugleuning.
Vrije ruimte — de ruimte die u rondom een meubel nodig heeft om deuren, laden en stoelen normaal te kunnen gebruiken.
02
Constructie en opbouw
Massief hout — onderdelen die hoofdzakelijk uit echt hout bestaan in plaats van uit een samengestelde plaat met een decoratieve afwerking.
Plaatmateriaal — verzamelnaam voor samengestelde houtproducten zoals spaanplaat, MDF of vezelplaat.
MDF — fijn geperste houtvezelplaat met een relatief glad oppervlak, vaak gebruikt voor panelen en geverfde meubeldelen.
Spaanplaat — plaatmateriaal dat wordt gemaakt uit samengeperste houtdeeltjes en vaak wordt voorzien van een decoratieve toplaag.
Frame — het dragende skelet van een meubel waaraan andere onderdelen zijn bevestigd.
Demonteerbaar meubel — een meubel dat uit afzonderlijke onderdelen wordt opgebouwd en later weer gedeeltelijk of volledig uit elkaar kan worden gehaald.
03
Oppervlakken en afwerkingen
Fineer — een dunne laag echt hout die op een onderliggende plaat wordt aangebracht.
Melamine — een harde decoratieve oppervlaktelaag die vaak op plaatmateriaal wordt aangebracht en relatief eenvoudig te reinigen is.
Laminaat — een samengestelde toplaag die wordt gebruikt om een oppervlak slijtvaster of onderhoudsvriendelijker te maken.
Gelakte afwerking — een oppervlak dat met lak is behandeld voor kleur, bescherming of een bepaalde glansgraad.
Mat — een afwerking die weinig licht reflecteert.
Hoogglans — een sterk reflecterende afwerking die licht duidelijker terugkaatst.
04
Opbergen en indeling
Open vak — een zichtbaar opbergvak zonder deur of front.
Gesloten opbergruimte — opslag achter een deur, lade of ander front waardoor de inhoud niet direct zichtbaar is.
Verstelbare plank — een legplank die op meerdere hoogtes kan worden geplaatst.
Ladeblok — een gedeelte van een meubel dat uit één of meerdere laden bestaat.
Dressoir — een relatief laag opbergmeubel met laden, deuren of een combinatie daarvan.
Opbergkast — een algemene benaming voor een kast waarvan de primaire functie opslag is.
05
Deuren, laden en beslag
Scharnier — het metalen onderdeel waarmee een meubeldeur draaibaar aan de kast wordt bevestigd.
Laderail — het geleidingsmechanisme waarmee een lade in en uit het meubel beweegt.
Soft-close — een dempmechanisme dat een deur of lade in het laatste deel van de beweging afgeremd sluit.
Push-to-open — een systeem waarmee een deur of lade door lichte druk kan worden geopend zonder traditionele handgreep.
Beslag — verzamelnaam voor metalen of kunststof functionele onderdelen zoals scharnieren, rails, schroeven, verbindingsstukken en handgrepen.
Verbindingsbeslag — onderdelen die meerdere meubelpanelen of constructiedelen met elkaar verbinden.
06
Stabiliteit en veiligheid
Wandbevestiging — bevestiging waarmee een meubel aan de wand wordt gekoppeld om kantelen of ongewenste beweging te beperken.
Kantelrisico — het risico dat een meubel voorover kan bewegen of omvallen wanneer het verkeerd wordt belast of onvoldoende wordt gezekerd.
Draagvermogen — het maximale gewicht dat een meubelonderdeel volgens de productinformatie veilig kan dragen.
Puntbelasting — gewicht dat op een klein oppervlak wordt geconcentreerd in plaats van gelijkmatig over het meubel wordt verdeeld.
Stelvoet — een verstelbaar onderdeel aan de onderzijde waarmee kleine hoogteverschillen in de vloer kunnen worden gecompenseerd.
Bij hoge meubels moet veiligheid zwaarder wegen dan gemak. Volg altijd relevante montage- en wandbevestigingsinstructies.
07
Montagewoorden
Zelfmontage — het meubel wordt geleverd in onderdelen die door de gebruiker of een montageservice moeten worden samengesteld.
Voorgemonteerd — het meubel wordt geheel of gedeeltelijk gemonteerd geleverd.
Montagehandleiding — stapsgewijze instructie waarin wordt aangegeven hoe onderdelen en bevestigingsmaterialen moeten worden gebruikt.
Onderdeelnummer — een code of nummer waarmee een specifiek onderdeel in de montagehandleiding wordt aangeduid.
Voorboring — een vooraf aangebracht gat dat helpt bij het positioneren of bevestigen van een schroef of ander onderdeel.
Montagevolgorde — de aanbevolen volgorde waarin onderdelen moeten worden samengevoegd.
08
Tafels en bureaus
Tafelblad — het horizontale bovenoppervlak van een tafel of bureau.
Onderstel — de constructie onder het blad die het gewicht draagt, bijvoorbeeld poten of een metalen frame.
Beenruimte — de vrije ruimte onder een tafel of bureau voor benen, stoel en beweging.
Werkdiepte — de bruikbare diepte van een bureaublad voor bijvoorbeeld laptop, scherm en accessoires.
Overstek — het gedeelte van een blad dat buiten het onderstel uitsteekt.
09
Zitmeubels
Fauteuil — een afzonderlijk zitmeubel voor één persoon, meestal met rugleuning en vaak armleuningen.
Rughoogte — de hoogte van de rugleuning gemeten vanaf het zitvlak of volgens de productmeetmethode.
Zitbreedte — de beschikbare breedte van het zitvlak.
Vulling — materiaal in zitting of rug dat comfort en vorm beïnvloedt.
Bekleding — de buitenste textiel-, kunstleer- of andere afwerkingslaag van een zitmeubel.
10
Levering en verpakking
Flat-pack — een meubel dat compact en in losse onderdelen wordt verpakt om transport en opslag praktischer te maken.
Meerdelige zending — één bestelling die uit meerdere afzonderlijke pakketten bestaat.
Grootgoed — grote of zware goederen die mogelijk niet via een gewone pakketdienst kunnen worden vervoerd.
Bezorgvenster — een tijdsblok waarin de vervoerder verwacht de bestelling te leveren.
Drempellevering — levering tot een afgesproken toegangspunt of deur, zonder dat montage of plaatsing automatisch is inbegrepen.
Beschermverpakking — karton, hoekbeschermers, schuim of andere materialen die tijdens transport helpen beschadiging te voorkomen.
11
Productconditie en aftersales
Transportschade — schade die tijdens vervoer of aflevering aan verpakking of product is ontstaan.
Non-conformiteit — een situatie waarin een product niet voldoet aan wat u op basis van de overeenkomst redelijkerwijs mocht verwachten.
Ontbrekend onderdeel — een onderdeel dat volgens de productinhoud of montagehandleiding aanwezig had moeten zijn maar niet is meegeleverd.
Vervanging — het leveren van een ander product of onderdeel ter oplossing van een vastgesteld probleem.
Herstel — het repareren van een gebrek zodat het product weer correct kan functioneren.
12
Gebruik het woordenboek vóór u vergelijkt
Wanneer twee meubels vergelijkbaar lijken, kunnen verschillen in diepte, materiaal, beslag, montagewijze en opbergruimte in het dagelijks gebruik veel verschil maken.
Controleer daarom niet alleen de productnaam en uitstraling, maar ook de technische termen in de productinformatie.
Hoe beter u begrijpt wat een meubelterm betekent, hoe gemakkelijker u kunt beoordelen of een product past bij uw ruimte, gebruik en verwachtingen.
Eerst begrijpen. Daarna vergelijken.
Gebruik afmetingen, materiaalinformatie, montagegegevens en functies om meubels op inhoud te vergelijken.

